VRIJDAG DE DERTIENDE
Vrijdag de dertiende daar geloof ik niet in alhoewel er bij mijn opvoeding in die tijd,in de jaren 1950,wel veel om te doen was en je op de vingers getikt werd als je dingen deed zoals:draaien met een drinkglas,want dit was het geluk buitendraaien,of ,twee messen in een kruis leggen of ook een zwarte kat,ja natuurlijk als jet teveel naar die kat kijkt kun je alle richtingen uitgaan en dit zal ook wel van tel zijn als er een mooie vrouw voorbijkomt,of,onder een ladder door lopen,dat zal wel zijn,als een persoon zich op de ladder bevindt is dit altijd gevaarlijk daar moet je niet bijgelovig voor zijn,nieuwe schoenen mochten ook nooit op de tafel geplaatst worden,vraag me niet waarom.(hier meer over bijgeloof)
Zoiets doet wel terugdenken aan mijn jeugd want ik ben grootgebracht bij mij grootmoeder,een weduwe,de moeder van mijn moeder,en die was natuurlijk bijgelovig en heel devoot dus waren wij dat ook.
Ik herinner mij nog als kind dat als het onweerde en bliksemde verschillende mensen uit onze straat naar bij ons kwamen en allemaal samen zaten te bidden met hun sacoche op hun knieen terwijl Alice,mijn grootmoeder,het hele huis door liep met een gewijde tak die ze telkens weer in een potje met gewijd water dompelde.
Zoiets blijft je bij je hele leven lang en misschien draag je daar na al die tijd nog dingen van mee,zoals bang zijn voor de bliksen,maar pa mag dat niet laten zien aan zijn eigen kinderen.
En toch verschijnt een grimlach op mijn lippen als ik terug denk aan die tijd.